Rekenen oefenen

Delen door 4 met rest

Je kunt niet altijd alles eerlijk verdelen. Soms blijft er iets over. Dit is ook zo bij deelsommen. Je deelt dan met rest.
 

Delen door 4 met rest

delen door 4 met restMark krijgt van zijn oma 10 peren. Deze moet hij eerlijk verdelen over zijn broer, zijn zusje, zijn moeder en hemzelf. Hij moet de aardbeien dus delen door 4. De som wordt dan: 10 :  4 = 

 

 
Stappenplan
1
Kijk hoeveel ieder in elk geval krijgt
 

De peren worden gedeeld door 4. Om te bepalen hoeveel ieder in elk geval krijgt, moet je naar de tafel van 4 kijken. Delen is het omgekeerde van vermenigvuldigen. Hoevaak past 4 in 10? Hiervoor kun je denken aan de uitkomsten van de keersommen van de tafel van 4. Welke uitkomst ligt dicht bij 10?
delen door 4 met rest
10 kan niet direct door 4 worden gedeeld, maar 8 wel. 8 : 4 = 2, want 2 x 4 = 8. Ieder krijgt dus in elk geval 2 peren. 

2
Bepaal wat er overblijft (de rest)
 

Ieder krijgt in elk geval 2 peren. Dat betekent dat 8 peren al gedeeld zijn door 4 (zie stap 1). Er zijn in totaal 10 peren, dus blijven er nog 2 peren over. Deze twee peren kunnen niet door 4 worden gedeeld, dus blijven ze over als rest. 

3
Noteer de uitkomst
 

10 peren : 4 personen, 10 : 4 = 2 rest 2.

 

Delen met rest
  • Kijk hoeveel ieder in elk geval krijgt. Waar deel je door? Denk aan de tafel van vermenigvuldiging.
  • Bepaal wat er overblijft. Dit is de rest.
  • Noteer het antwoord.


 

Online oefenen met dit onderwerp