Rekenen oefenen

Ongelijknamige breuken kleiner dan 1 bij elkaar optellen (gemiddeld niveau)

Ongelijknamige breuken bestaan uit delen die niet even groot zijn. In het onderstaande voorbeeld kun je dit goed zien. De gekleurde delen van beide breuken zijn niet even groot. Hierdoor zijn de noemers van ongelijknamige breuken niet gelijk. 
 

Voorbeeldsom

Ongelijknamige breuken kun je niet zomaar bij elkaar optellen.

In het stappenplan kun je lezen hoe je een dergelijke som kunt oplossen.

 

 
Stappenplan ongelijknamige breuken optellen
1
Maak de breuken gelijknamig
 

Ongelijknamige breuken moet je eerst gelijknamig maken.

De delen van de breuk worden dan even groot en de noemers gelijk.

Vind je dit nog lastig? Lees dan het artikel nog eens door over hoe je breuken gelijknamig maakt.

2
Tel de tellers bij elkaar op
 

Na het gelijknamig maken zijn de breuken veranderd in "twaalfden".

In de afbeelding van stap 3 kun je dit goed terug zien.
 

Nu de breuken gelijknamig zijn gemaakt, kun je ze bij elkaar optellen.

Je hoeft alleen maar de tellers bij elkaar op te tellen. De noemers blijven gelijk.

3
Reken de som uit
 

Hieronder kun je goed zien dat de breuken na het gelijknamig maken nog even groot zijn.

De groene delen zijn samen even groot als de roze en oranje delen waren.

Omdat deze delen even groot zijn kun je de breuken bij elkaar optellen.

 

Denk bij het berekenen van de uitkomst aan het vereenvoudigen.

 

Vereenvoudigen

Kijk bij een breuk altijd of je de uitkomst nog kunt vereenvoudigen. Dan kom je altijd tot het juiste antwoord.

Online oefenen met dit onderwerp

4
4
4
4