Rekenen oefenen

Ongelijknamige breuken groter dan 1 bij elkaar optellen (plus niveau)


Ongelijknamige breuken bestaan uit delen die niet even groot zijn.

De noemers zijn niet gelijk. 

Voorbeeldsom


Ongelijknamige breuken kun je niet zomaar bij elkaar optellen.

Hieronder staat in het stappenplan hoe je dit kunt doen.

 

 
Stappenplan ongelijknamige breuken groter dan 1 optellen
1
Maak de breuken gelijknamig
 

Ongelijknamige breuken moet je eerst gelijknamig maken.

De noemers worden dan gelijk.

Vind je dit nog lastig? Lees dan het artikel nog eens door over hoe je breuken gelijknamig maakt.

2
Tel de hele getallen bij elkaar op
 

Na het gelijknamig maken zijn de breuken veranderd in "zestigsten".

Tel dan eerst de hele getallen bij elkaar op.

3
Tel de breuken bij elkaar op
 

Nu de breuken gelijknamig zijn gemaakt, kun je ze bij elkaar optellen.

Je hoeft alleen maar de tellers bij elkaar op te tellen. De noemers blijven gelijk.

4
Reken de som uit
 

Reken de som uit. Denk aan het vereenvoudigen.

 

Vereenvoudigen

Kijk bij een breuk altijd of je de uitkomst nog kunt vereenvoudigen. Haal de hele getallen uit de breuk en maak de breuk zo klein mogelijk.

Dan kom je altijd tot het juiste antwoord.

 

Online oefenen met dit onderwerp

5
5
5
5