Rekenen oefenen

Vooruit tellen met sprongen van 10

Het tellen is de basis voor het verdere rekenen. Vooruit tellen en terugtellen zijn hierbij belangrijke onderdelen. Als kinderen vooruit kunnen tellen met sprongen van 5, kunnen ze een volgende stap maken naar het vooruit tellen met sprongen van 10. 
 

Voorbeeld

Tel vooruit met sprongen van 10. 

16 - 26 - ... - ...       

Welke getallen moeten er staan?  


Soms is het handig om grote sprongen te maken op de getallenrij. Dan gaat het tellen namelijk veel sneller. Het maken van sprongen van 10 is gemakkelijk. In de afbeelding hieronder zie je de getallen tot en met 50. Aan de rechterkant staan alle tientallen. Je ziet dat een sprong van 10 hetzelfde is als één rij naar beneden. 

 

Tellen met sprongen van 10



Als je kijkt naar de getallen die onder het getal 6 staan, dan zie je dat dit ook steeds een sprong van 10 is. Je kunt nu gemakkelijk zien welke getallen er na het getal 26 komen. Op de lege plekken komen de getallen 36 en 46.

 

 

Vooruit tellen tot en met 50, met sprongen van 10
  • Kinderen leren hoe ze moeten tellen, dit is de basis voor het verdere rekenen.
  • Kennis van de getallenrij is hierbij erg belangrijk. Als je de getallenrij niet kent, kun je ook niet vooruit tellen.
  • Bij vooruit tellen met sprongen van 10, zet je steeds een sprong van 10 vooruit op de getallenrij. 
  • 8, 18, 28, 38, 48 ...

 

Online oefenen met dit onderwerp