Rekenen oefenen

Eén meer

Jonge kinderen leren om verder te tellen en terug te tellen. Dit doen ze door sprongen te maken in de getallenrij. De kinderen maken eerst 1 sprong in de getallenrij. Ze bepalen hoeveel 1 meer is en hoeveel 1 minder is. 
 

Voorbeeld

rekenen oefenen, 1 meer, onderbouw
In de klas van Joris zitten 17 kinderen. Er komt 1 nieuwe leerling bij. 

 

Hoeveel kinderen zitten er dan in de klas van Joris?

 

 
Stappenplan 1 meer
1
Wat moet er op de plek van het vraagteken staan?
 

getallenrij tot en met 20

In de klas van Joris zitten 17 kinderen. Er komt 1 nieuwe leerling bij. Welk getal komt er na het getal 17? Dat getal komt op de plek van het vraagteken. 

2
Bij welk getal moet je beginnen?
 

Eentje meer tot en met 20


Op dit moment zitten er nog 17 kinderen in de klas van Joris. Je moet dit beginnen bij het getal 17 in de getallenrij. 

3
Hoeveel is 1 meer?
 

Verder tellen tot en met 20

Op dit moment zitten er nog 17 kinderen in de klas van Joris. Er komt 1 nieuwe leerling bij. Op het plaatje kun je zien dat je 1 stap verder moet tellen. "Negentien...twintig."

4
De uitkomst
 

Tellen tot en met 20


Er zitten dus 18 kinderen in de klas van Joris.

 

1 meer
  • Jonge kinderen leren om verder te tellen. Dit is een voorloper van het optellen.
  • Bepaal bij welk getal je moet beginnen. Eén meer vanaf welk getal?
  • Bepaal daarna hoeveel 1 meer is: Tel 1 stapje verder in de getallenrij. 

 

Online oefenen met dit onderwerp