Rekenen oefenen

Erbijsommen tot en met 5

Bij erbijsommen tot en met 5 leer je om op te tellen met getallen, waarbij het antwoord niet hoger kan zijn dan 5. Kijk maar eens naar het voorbeeld hieronder.
 

Voorbeeld

Peer, tellen, erbijsommen

Marieke loopt bij haar opa in de tuin. Er liggen een paar peren op de grond. Eerst pakt ze 3 peren. Daarna nog 1 peer.

Hoeveel peren heeft Marieke nu in totaal gepakt?


Marieke heeft een aantal peren gepakt. Ze gaat proberen om daar een som van te maken. Kijk maar eens naar de uitwerking hieronder.
 

Uitwerking voorbeeldsom

Marieke legt eerst de drie peren bij elkaar. Dan komt er nog één  bij. Ze weet dat daar de getallen 3 en 1 bij horen. De som die hier bij hoort, wordt dan:
 

  • Peer, tellen, erbijsommenPeer, tellen, erbijsommenPeer, tellen, erbijsommen + Peer, tellen, erbijsommen =
  • = 4


Marieke heeft een aantal peren gekoppeld aan een getal. Marieke heeft dus in totaal 4 peren gepakt. Hieronder volgt nog een voorbeeld van een erbijsom, maar dan zonder plaatjes. Dit noemen we een formele som.
 

Voorbeeld

Jos maakt de volgende som.

erbijsommen tot en met 10    2 + 2 =

Welk kaartje geeft het goede antwoord?

 

erbijsom tot en met 5


Jos weet het antwoord van de som nog niet uit zijn hoofd. Hij kan de som op verschillende manieren uitrekenen. Hij kan het rekenrek, de kralenketting of z'n vingers gebruiken, maar hij kan ook de hoeveelheid koppelen aan de getallen, door bijvoorbeeld 2 stippen te tekenen en daarna nog 2 stippen. Deze telt hij dan bij elkaar op. 2 + 2 4

 

Online oefenen met dit onderwerp