Rekenen oefenen

Kommagetallen delen door 100

 
Voorbeeld

200,25  :  100  =


Om de som beter te begrijpen kun je er een betekenisvolle situatie aan koppelen.
 

Betekenisvolle situatie



In een bak zit 200,25 gram (gr) suiker. Voor 1 taart heb je 100 gram (gr) suiker nodig. Hoeveel taarten kun je bakken?


Als je een kommagetal deelt door 100, dan verschuift de komma 2 plaatsen naar links. De komma in het getal 200,25 komt dan tussen de 2 en de 0 te staan: 2,0025. Het antwoord op de som is: Je kunt 2,0025 taarten bakken. Je zou het antwoord kunnen afronden op 2 decimalen. Het antwoord zou dan 2 taarten worden. Met de overgebleven suiker kun je immers niet nog een taart bakken.
 

Hieronder volgt de uitleg van wat moeilijkere sommen:
 

Voorbeeld

61,3  :  100  =

 

8,52  :  100  =


Als je in beide getallen de komma 2 plaatsen naar links moet verschuiven, dan zie je niet gelijk tussen welke getallen de komma dan komt te staan. Kan de komma niet tussen twee hele getallen, dan plaats je voor en soms ook achter de komma een nul (0). 
 

Het antwoord op deze sommen is:
 

61,3

: 100 = 0,613  

8,52

: 100 = 0,0852


Je kunt je antwoord controleren door de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen. Staat de komma dan weer op dezelfde plek?
 

Kommagetal : 100

Deel je een kommagetal door 100, dan verplaatst de komma 2 plekken naar links.

 

Online oefenen met dit onderwerp