Rekenen

Waar liggen de getallen ongeveer op de getallenlijn tm 1.000

Kinderen leren hoe ze getallen moeten verbinden op de getallenlijn. In dit artikel staat de getallenlijn tot en met 1.000 centraal.
 

Voorbeeld




 

Waar liggen de getallen ongeveer op deze getallenlijn?

 

 
Stappenplan
1
Bekijk de getallenlijn goed
 

Bekijk eerst de getallenlijn. Wat zie je allemaal en wat weet je al? Je kunt zien dat dit een getallenlijn is tot en met 1.000. Ook zie je dat deze getallenlijn is verdeeld in 5 stukjes. Er staan verder geen getallen bij deze getallenlijn.

2
Bepaal de getallen bij de streepjes
 

 

 

 

De getallenlijn is verdeeld in 5 stukjes. 1.000 : 5 = 200. Tussen de streepjes zit een stuk van 200. Bij het eerst streepje komt dus het getal 200 te staan. Bij het tweede streepje 400 enz. Je kunt nu makkelijker bepalen waar de getallen ongeveer moeten staan op de getallenlijn.

3
Bepaal hoeveel er tussen de ingevulde getallen zit
 

 


Wanneer je bepaalt hoeveel er tussen de ingevulde getallen zit, weet je nog meer getallen van de getallenlijn. Het is handig om nu het midden van een stuk tussen twee streepjes te bepalen. Tussen 0 en 200 ligt het getal 100. Tussen 200 en 400 ligt het getal 300 enz. Onthoud dit goed

4
Verbind de andere getallen op getallenlijn
 

 


Je kunt nu de getallen plaatsen op de getallenlijn. Je hoeft niet precies de juiste plaats te weten. Je moet het ongeveer bepalen. Begin bij de getallen die dicht bij de al ingevulde getallen liggen. Vul daarna de overige getallen in.

 

Getallen verbinden op de getallenlijn tot en met 1.000
  • Kinderen leren hoe ze getallen moeten verbinden op de getallenlijn. 
  • Als je getallen op de getallenlijn moet verbinden, moet je goed kijken naar de getallen op de kaartjes en naar de getallen op de getallenlijn die je wel weet. 
  • Bepaal eerst de getallen die bij de streepjes horen.
  • Bepaal daarna hoeveel er tussen de ingevulde getallen zit. 
  • Je kunt de overige getallen nu ook invullen.
  • Je hoeft niet precies de juiste plaats te weten. Je moet het ongeveer bepalen.

Online oefenen met dit onderwerp

5
5
3
3
1
1