Rekenen oefenen

Erbijsommen tm 50.000 - Kolomsgewijs

Voorbeeld

Erbijsommen, erbij, plussommen, plus, 50000, kolomsgewijs, rekenen, onder elkaar
23.891 + 15.763 = ... 


Wat is het antwoord op deze som?

 

In het stappenplan hieronder lees je hoe je deze som kolomsgewijs kunt oplossen.
 

 
Stappenplan
1
Noteer de som kolomsgewijs
 

Noteer de getallen onder elkaar. Het is handig om de letters erbij te zetten: TD = tienduizendtallen, D = duizendtallen, H = honderdtallen, T = tientallen, E = eenheden.

Kolomsgewijs optellen, erbijsommen tot 100.000

2
Tel de getallen bij elkaar op
 

Begin aan de linkerkant. Tel de tienduizendtallen bij elkaar op. De 2 en de 1 staan onder de TD van tienduizendtallen. Je maakt dus de som 20.000 + 10.000 = 30.000.

rekenen oefenen, erbijsommen groep 7 en 8, kolomsgewijs optellen

Tel dan de
duizendtallen bij elkaar op. De 3 en de 5 staan onder de D van duizendtallen. Ze betekenen dus geen 3 en 5, maar 3.000 en 5.000. Je maakt de som 3.000 + 5.000 = 8.000. Dit noteer je onder de 30.000. 

duizendtallen, kolomsgewijs optellen, erbijsommen groep 7 en 8 online oefenen


Tel dan de honderdtallen bij elkaar op. De 8 en de 7 staan onder de H van honderdtallen. Ze betekenen dus geen 8 en 7, maar 800 en 700. Je maakt de som 800 + 700 = 1.500. Dit noteer je onder de 13.000. Let op! De 1 noteer je onder de D van duizendtallen en de 5 onder de H van honderdtallen. 

kolomsgewijs optellen, erbijsommen, honderdtallen optellen

Tel dan de tientallen bij elkaar op. De 9 en de 6 staan onder de T van tientallen. Ze betekenen dus geen 9 en 6, maar 90 en 60. De som wordt dan: 90 + 60 = 150. Noteer dit onder 1.500. Let op! Noteer de 1 onder de honderdtallen en de 5 onder de tientallen. 

tientallen bij elkaar optellen, kolomsgewijs, rekenen in groep 7 en 8


Tel vervolgens de eenheden bij elkaar op. De 1 en de 3 staan onder de E van eenheden. Je maakt nu de som: 1 + 3 = 4. Dit noteer je onder 150. 

Eenheden bij elkaar optellen, kolomsgewijs optellen, erbijsommen

3
Uitkomst
 

Tel daarna de uitkomsten bij elkaar op.

kolomsgewijs optellen, rekenen in de bovenbouw, erbijsommen tot 100.000

De uitkomst van de som is: 
23.891 + 15.763 = 39.654.


 

Kolomsgewijs optellen
  • De naam kolomsgewijs kun je herkennen aan de kolommen die je maakt.
  • Honderdtallen, tientallen en eenheden noteer je boven de getallen.
  • Begin met de hoogste getallen; in dit geval de tientallen. Daarna volgen de eenheden. Noteer de uitkomsten van deze sommen onder elkaar. 
  • Tel uiteindelijk alle uitkomsten bij elkaar op. Dan heb je de uitkomst van de som berekend.
  • Kolomsgewijs rekenen lijkt op cijferend rekenen. In beide gevallen schrijf je de getallen onder elkaar. Het verschil is dat je bij kolomsgewijs aan de linkerkant begint met rekenen en bij cijferend rekenen begin je aan de rechterkant, bij de eenheden. 


 

Online oefenen met dit onderwerp