Werkbladen
>
Werkwoordspelling
>
Verleden tijd
>
Zwakke werkwoorden
Oefenen met zwakke werkwoorden (s-z- f-v-woorden)
Groep
7
In de verleden tijd zijn twee soorten werkwoorden: sterke werkwoorden en zwakke werkwoorden. Met dit werkblad oefen je met de zwakke werkwoorden. Zwakke werkwoorden veranderen niet van klank. De zwakke werkwoorden kun je op twee manieren vervoegen: stam + te(n) of stam + de(n). Een veelgebruikt ezelsbruggetje om het woord te vervoegen is 't x-kofschip. Een werkwoord waarvan de ruwe stam eindigt op een -z of een -v, eindigt in de verleden tijd altijd op -de of -den.