Werkbladen
>
Spelling
>
Klankwoorden [1]
Oefenen met -aai, -ooi en -oei [1]
Groep
3
, 4
Met dit werkblad kun je oefenen met woorden met -aai, -ooi- en -oei. Je hoort -aaj, maar je schrijft -aai, je hoort -ooj, maar je schrijft -ooi, je hoort -oej, maar je schrijft -oei. Woorden met deze klanken zijn bijvoorbeeld; haai, kooi, roei. Door woorden met deze klanken veel te oefenen, leer je ze op de juiste manier te schrijven.