Rekenen oefenen

Vermenigvuldigen met een honderdtal [3]

Voorbeeld

rekenen, getallen, vermenigvuldigen, cijferen met honderdtallen, uitleg

 

 

 

 

 

146 x 233 = ?


Dit is een keersom met grote getallen. In het stappenplan hieronder lees je hoe je deze som cijferend kunt uitrekenen.

 

 
Stappenplan
1
Noteer de som cijferend
 

Noteer de getallen onder elkaar. Het is handig om de letters van de waarde van de getallen erbij te zetten: TD = tienduizendtallen, D = duizendtallen, H = honderdtallen, T = tientallen, E = eenheden. Hieronder zie je hoe je deze voorbeeldsom onder elkaar noteert. Let op! Het grootste getal moet altijd bovenaan staan.

cijferend vermenigvuldigen online oefenen

2
Vermenigvuldig de eenheid met de bovenste rij
 

 uitleg van het cijferen

Begin aan de rechterkant. Vermenigvuldig eerst de eenheden met elkaar. 6 x 3 = 18. 18 bestaat uit een tiental en een eenheid. Noteer de 8 onder de eenheden en de 1 onder de tientallen. In de afbeelding zie je dat dit er klein bij is genoteerd. 

 

cijferend vermenigvuldigen oefenen

Vermenigvuldig daarna de eenheid met het tiental. Je hebt bij de vorige berekening een tiental erbij genoteerd.Tel deze erbij.
6 x 3 + 1 = 19. Omdat het getal 3 onder het tiental valt, is de eigenlijke som: 6 x 30 + 10 = 190. 190 bestaat uit een honderdtal en een tiental. Noteer de 9 onder de tientallen en de 1 onder de honderdtallen. In de afbeelding zie je dat dit er klein bij staat.

 

cijferende notatie van een keersom

Vermenigvuldig daarna de eenheid met het honderdtal. Je hebt bij de vorige berekening een honderdtal erbij genoteerd. Tel deze erbij. 6 x 2 + 1 = 13Omdat het getal 2 onder het honderdtal valt, is de eigenlijke som: 6 x 200 + 100 = 1.300

3
Vermenigvuldig het tiental met de bovenste rij
 

 noteren van een som

De 4 (van 146) staat onder de tientallen. Eigenlijk is dit 40, daarom schrijf je alvast een 0 op onder de E van eenheden. Dan vermenigvuldigen we het tiental met de eenheid. De som wordt dan: 4 x 3 = 12. De eigenlijke som is: 40 x 3 = 120. 120 bestaat uit een honderdtal en een tiental. Noteer de 2 onder de tientallen en de 1 er klein bij. Dit zie je ook in de afbeelding. 

 

tientallen verplaatsen in een cijferende som

Vermenigvuldig daarna het tiental met het tiental. Je hebt bij de vorige berekening een tiental erbij genoteerd. Tel deze erbij. 4 x 3 + 1 = 13. Schrijf de 3 op en schrijf de 1 klein onder het volgende getal waarmee je moet vermenigvuldigen: de honderdtallen. In de afbeelding is dit te zien.

 

cijferend vermenigvuldigen

Vermenigvuldig daarna het tiental met het honderdtal. Je hebt bij de vorige berekening een honderdtal erbij genoteerd. Tel deze erbij. 4 x 2 + 1 = 9. Je hebt nu het tiental met de hele bovenste rij vermenigvuldigd. 

4
Vermenigvuldig het honderdtal met de bovenste rij
 

 cijferen

De 1 (van 146)staat onder de honderdtallen. Eigenlijk is dit 100, daarom schrijf je alvast twee keer een 0 op onder de E van eenheden en de T van tientallen. Dan vermenigvuldig je het honderdtal met de eenheid. De som wordt dan: 1 x 3 = 3
De eigenlijke som is: 100 x 3 = 300. Je ziet dat de 3 ook onder de H van honderdtallen staat.

 

cijferen met grote getallen

Vermenigvuldig daarna het honderdtal met het tiental. De som wordt dan: 1 x 3 = 3. De eigenlijke som is: 100 x 30 = 3. 000. Je ziet dat deze 3 ook onder de D van duizendtallen staat.

 

cijferend rekenen

Vermenigvuldig daarna het honderdtal met het honderdtal. De som wordt dan: 1 x 2 = 2. De eigenlijke som is: 100 x 200 = 20.000. Je ziet dat de 2 ook onder de TD van tienduizendtallen staat. 

5
Tel de antwoorden bij elkaar op - de uitkomst
 

Je hebt nu alle getallen met elkaar vermenigvuldigd. Uit al deze stappen kwamen antwoorden. Deze staan onder elkaar genoteerd. Als laatste moet je deze antwoorden bij elkaar optellen. Dit kun je ook cijferend doen. Bij cijferend optellen begin je ook aan de rechterkant bij de eenheden. Tel zo alle getallen bij elkaar op. In de afbeelding hieronder zie je dit. 

Cijferende keersom uitrekenen, antwoorden bij elkaar optellen

Als je alle getallen bij elkaar hebt opgeteld, weet je de uitkomst van de som.
146 x 233 = 34.018

 

Cijferend vermenigvuldigen van een getal met 3 cijfers met een honderdtal
  • Bij cijferend vermenigvuldigen noteer je de getallen onder elkaar. Schrijf het grootste getal bovenaan.
  • Tienduizendtallen, duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden noteer je boven de getallen.
  • Vermenigvuldig eerst de eenheid met de bovenste rij.
  • Vermenigvuldig daarna het tiental met de bovenste rij.
  • Vermenigvuldig als laatste het honderdtal met de bovenste rij.
  • Cijferend vermenigvuldigen lijkt op kolomsgewijs vermenigvuldigen. Bij het cijferend vermenigvuldigen begin je aan de rechterkant, bij de eenheden (het kleinste getal). Bij het kolomsgewijs vermenigvuldigen begin je aan de linkerkant (het grootste getal).