Rekenen oefenen

Zoek dezelfde sommen bij elkaar

Voorbeeld

1.834 + ? = 1.137 + 2.270

 

Welk van de onderstaande getallen moet er op de plek van het vraagteken staan?

1.683 - 1.751 - 1.556 - 1.573

 

 

 
Stappenplan
1
Bereken het totaal aan de rechter kant
 

Reken eerst de som uit aan de rechter kant van het =-teken. 

1.137 + 2.270 = 3.407

2
Trek het getal links van het totaal af
 

Trek vervolgens het getal aan de linker kant van het =-teken van de uitkomst van stap 1 af. Op die manier weet je wat er over blijft en wat er dus op de plek van het vraagteken komt te staan. De som wordt dan: 

3.407 - 1.137 = 1.573

3
De uitkomst
 

De uitkomst is: 1.834 + 1.573 = 1.137 + 2.270

Het is altijd goed om je antwoord te controleren. Hebben beide sommen dezelfde uitkomst?

1.834 + 1.573 = 3.407
1.137 + 2.270 = 3.407

 

Sommen vergelijken
  • Als er een = teken in het midden van een som staat, betekent dit dat het totaal aan beide kanten even groot moet zijn.
  • Voorbeeldsom: 5 + 9 = 1 + 13
  • Als er een getal ontbreekt, kun je alsnog dit getal uitrekenen. Vergelijk het totaal van de ene kant met het getal dat al bekend is aan de andere kant. Bereken hoeveel er bij dit getal moet komen om hetzelfde aantal te krijgen.