Rekenen oefenen

Erbijsommen tot en met 200 - Kolomsgewijs

Voorbeeld

Opa, erbijsommen, 200, optelsommen, onder elkaar, kolomsgewijs
Kariems opa is al 95 jaar oud.
Zijn vader is 36 jaar oud. 

 

Hoe oud zijn de opa en vader van Kariem samen?


In het stappenplan hieronder lees je hoe je deze erbijsom kolomsgewijs kunt oplossen.
 

 
Stappenplan
1
Noteer de som kolomsgewijs
 

Noteer de getallen onder elkaar. De tientallen onder de tientallen en de eenheden onder de eenheden. Het is handig om de letters erbij te zetten: H = honderdtallen, T = tientallen, E = eenheden. 
 

Erbijsommen, optellen, optelsommen, erbij, kolomsgewijs, onder elkaar, honderdtallen, tientallen, eenheden

2
Tel de tientallen bij elkaar op
 

Tel eerst de tientallen bij elkaar op.
 

Erbijsommen, optellen, optelsommen, erbij, kolomsgewijs, onder elkaar, honderdtallen, tientallen, eenheden

De 9 en 3 staan onder de T van tientallen. Ze betekenen dus geen 9 en 3, maar 90 en 30. Je maakt dus de som: 90 + 30 = 120. Dit getal bestaat uit 100 en 20. De 1 van de honderd noteer je onder de H bij de uitkomsten. De 2 van de 20 noteer je onder de T bij de uitkomsten.

3
Tel de eenheden bij elkaar op
 

Tel daarna de eenheden bij elkaar op.
 

Erbijsommen, optellen, optelsommen, erbij, kolomsgewijs, onder elkaar, honderdtallen, tientallen, eenheden

De 5 en de 6 staan onder de E van eenheden. Je maakt nu de som: 5 + 6 = 11. Dit noteer je onder de uitkomst van stap 2.

4
Uitkomst
 

Tel daarna de uitkomst van de tientallen en de eenheden bij elkaar op. Hieronder zie je hoe je dit noteert en wat de uitkomst van de som is. 


Erbijsommen, optellen, optelsommen, erbij, kolomsgewijs, onder elkaar, honderdtallen, tientallen, eenheden

De opa en vader van Kariem zijn bij elkaar opgeteld 131 jaar oud.

 

Kolomsgewijs optellen
  • De naam kolomsgewijs kun je herkennen aan de kolommen die je maakt.
  • Honderdtallen, tientallen en eenheden noteer je boven de getallen.
  • Begin met de hoogste getallen; in dit geval de tientallen. Daarna volgen de eenheden. Noteer de uitkomsten van deze sommen onder elkaar. 
  • Tel uiteindelijk alle uitkomsten bij elkaar op. Dan heb je de uitkomst van de som berekend.
  • Kolomsgewijs rekenen lijkt op cijferend rekenen. In beide gevallen schrijf je de getallen onder elkaar. Het verschil is dat je bij kolomsgewijs aan de linker kant begint met rekenen en bij cijferend rekenen begin je aan de rechter kant, bij de eenheden. 

 

Online oefenen met dit onderwerp