Rekenen oefenen

Tel de getallen handig bij elkaar op

Voorbeeld
5.430 1.380 18.620
37.040 4.570 2.960

 
 Tel de getallen handig bij elkaar op.


 

 
Stappenplan
1
Zoek de getallen bij elkaar die een makkelijke som vormen
 

Bestudeer eerst de getallen. Kijk goed naar de tientallen. Welke vormen samen het getal 100 en kun je dus gemakkelijk bij elkaar optellen? 

5.430 - 1.380 - 18.620 - 37.040 - 4.570 - 2.960


Koppel deze getallen aan elkaar en maak er een som van.

5.430 + 4.570 = 
1.380 + 18.620 =
37.040 + 2.960 = 

2
Vorm de sommen om
 

Je weet nu welke getallen samen een makkelijke som vormen. Om deze sommen nog makkelijker uit te rekenen kun je de sommen omvormen. Haal je wat van het ene getal af, dan voeg je dit toe aan het andere getal. Kijk maar eens naar de onderstaande omgevormde sommen:
 

Handig optellen, rekenen in de bovenbouw
3
Reken de omgevormde sommen uit
 

Reken vervolgens de sommen uit 


5.430 + 4.570 = 5.400 + 4.600 = 10.000

1.380 + 18.620 = 1.400 + 18.600 = 20.000

37.040 + 2.960 = 37.000 + 3.000 = 40.000

4
De uitkomst
 

Tel tot slot de uitkomsten van de omgevormde sommen bij elkaar op.

10.000 + 20.000 + 40.000 = 70.000

Je hebt nu alle getallen handig bij elkaar opgeteld. Het antwoord is: 70.000

 

 

Handig rekenen
  • Er zijn verschillende rekenstrategieën. Een aantal hiervan worden uitgelegd in het artikel 'Handig optellen tot en met 100'.
  • Door te kijken welke eenheden samen een rond getal vormen, weet je dat je die aan elkaar kunt koppelen.
  • Als je erbijsommen gaat omvormen, vorm je getallen om naar hele / ronde getallen. Hierdoor kun je een som handiger uitrekenen.