| Oefening 1 | |||||
| 1. | Schrijf eenendertig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 2. | Schrijf vijfenvijftig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 3. | Schrijf negenenzeventig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 4. | Schrijf zestig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 5. | Schrijf drieëntwintig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 6. | Schrijf tweeënzestig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 7. | Schrijf zeventig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 8. | Schrijf tweeënnegentig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 9. | Schrijf achtendertig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 10. | Schrijf eenenveertig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| Oefening 2 | |||||
| 1. | Schrijf negenenvijftig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 2. | Schrijf drieënvijftig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 3. | Schrijf negenentachtig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 4. | Schrijf vijfenzeventig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 5. | Schrijf tweeëndertig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 6. | Schrijf zevenentwintig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 7. | Schrijf vierenvijftig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 8. | Schrijf vijfenveertig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 9. | Schrijf zevenenvijftig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| 10. | Schrijf eenenzeventig-honderdste als een kommagetal. |
|
|||
| Oefening 1 | |||||
| 1. | Schrijf eenendertig-honderdste als een kommagetal. | 0,31 | |||
| 2. | Schrijf vijfenvijftig-honderdste als een kommagetal. | 0,55 | |||
| 3. | Schrijf negenenzeventig-honderdste als een kommagetal. | 0,79 | |||
| 4. | Schrijf zestig-honderdste als een kommagetal. | 0,60 | |||
| 5. | Schrijf drieëntwintig-honderdste als een kommagetal. | 0,23 | |||
| 6. | Schrijf tweeënzestig-honderdste als een kommagetal. | 0,62 | |||
| 7. | Schrijf zeventig-honderdste als een kommagetal. | 0,70 | |||
| 8. | Schrijf tweeënnegentig-honderdste als een kommagetal. | 0,92 | |||
| 9. | Schrijf achtendertig-honderdste als een kommagetal. | 0,38 | |||
| 10. | Schrijf eenenveertig-honderdste als een kommagetal. | 0,41 | |||
| Oefening 2 | |||||
| 1. | Schrijf negenenvijftig-honderdste als een kommagetal. | 0,59 | |||
| 2. | Schrijf drieënvijftig-honderdste als een kommagetal. | 0,53 | |||
| 3. | Schrijf negenentachtig-honderdste als een kommagetal. | 0,89 | |||
| 4. | Schrijf vijfenzeventig-honderdste als een kommagetal. | 0,75 | |||
| 5. | Schrijf tweeëndertig-honderdste als een kommagetal. | 0,32 | |||
| 6. | Schrijf zevenentwintig-honderdste als een kommagetal. | 0,27 | |||
| 7. | Schrijf vierenvijftig-honderdste als een kommagetal. | 0,54 | |||
| 8. | Schrijf vijfenveertig-honderdste als een kommagetal. | 0,45 | |||
| 9. | Schrijf zevenenvijftig-honderdste als een kommagetal. | 0,57 | |||
| 10. | Schrijf eenenzeventig-honderdste als een kommagetal. | 0,71 | |||