Schrijf de vertrektijd als digitale tijd (5 voor en 10 over)

Klokkijken
Oefening 1
1. De bus vertrekt na de middag om:
:
2. De bus vertrekt na de middag om:
:
3. De bus vertrekt voor de middag om:
:
4. De bus vertrekt voor de middag om:
:
5. De bus vertrekt na de middag om:
:
6. De bus vertrekt voor de middag om:
:
7. De bus vertrekt na de middag om:
:

Schrijf de vertrektijd als digitale tijd (5 voor en 10 over)
| ANTWOORDEN

Klokkijken
Oefening 1
1. De bus vertrekt na de middag om:
22
:
45
2. De bus vertrekt na de middag om:
20
:
30
3. De bus vertrekt voor de middag om:
8
:
45
4. De bus vertrekt voor de middag om:
9
:
15
5. De bus vertrekt na de middag om:
13
:
55
6. De bus vertrekt voor de middag om:
2
:
45
7. De bus vertrekt na de middag om:
14
:
30